Mechanisme
Het peptide bindt vrijwel uitsluitend aan MC1R, de melanocortinereceptor op melanocyten die pigment aanstuurt. Dat is het hele verschil met Melanotan II, dat vier van de vijf melanocortinereceptoren tegelijk aanspreekt en daardoor ook eetlust en seksuele functie raakt. Hier blijft het bij de huid.
Na binding stijgt in de melanocyt de productie van tyrosinase, het enzym dat tyrosine in meerdere stappen omzet in melanine. Dat melanine wordt verpakt in melanosomen en verdeeld over de omliggende keratinocyten, wat een geleidelijke, gelijkmatige verdonkering geeft.
Het onderscheid tussen twee soorten melanine maakt uit voor de bescherming. Eumelanine is het bruinzwarte pigment dat werkelijk tegen UV beschermt. Feomelanine is het roodgele pigment dat vaker voorkomt bij lichte huidtypen en onder UV juist vrije radicalen genereert. Activatie van MC1R verschuift de productie richting eumelanine. Dat was de oorspronkelijke onderzoeksgedachte: een therapeutische bruining als vorm van bescherming.
De eigen halfwaardetijd is kort, ongeveer een half uur. Daarom werkt de goedgekeurde vorm met een implantaat dat het peptide over ongeveer zestig dagen afgeeft, met een schijnbare halfwaardetijd van vijftien uur.
Wat studies laten zien
De fase 1-studies combineerden dagelijkse toediening van 0,08 tot 0,16 mg/kg gedurende tien dagen met kleine hoeveelheden UV-B. Behandelde deelnemers hadden zevenenveertig procent minder zonnebrandcellen op de bestraalde plekken en een duidelijk sterkere bruining dan de controles. De bijwerkingen bleven beperkt tot milde, voorbijgaande misselijkheid en blozen.
De registratieroute liep via erytropoëtische protoporfyrie, een erfelijke aandoening waarbij het lichaam een overmaat protoporfyrine aanmaakt en licht hevige pijn en branderigheid veroorzaakt. Twee multicenter, gerandomiseerde, dubbelblinde en placebogecontroleerde studies bij 168 volwassenen in Europa en de Verenigde Staten lieten zien dat het implantaat de pijnvrije tijd in de zon duidelijk verlengde en de kwaliteit van leven verbeterde, zonder ernstige bijwerkingen die aan het middel werden toegeschreven.
De langetermijnobservatie is voor deze categorie ongewoon degelijk: honderdvijftien patiënten kregen samen 1.023 implantaten over een periode tot acht jaar in twee porfyriecentra. Er traden geen ernstige bijwerkingen op, de tolerantie voor fototoxische verbranding nam met een factor 1,8 tot 180 toe, en de verbetering in kwaliteit van leven hield aan.
Bij vitiligo laat vroeg werk zien dat combinatie met smalspectrum-UV-B sneller en vollediger herpigmenteert dan lichttherapie alleen, vooral in het gezicht en aan de bovenste ledematen.
Over melanoomrisico geeft het klinisch gebruik van deze specifieke stof geen signaal. Er werden geen late effecten gemeld bij vrijwilligers vijfentwintig jaar na de eerste blootstelling, noch na doorlopend gebruik tot acht jaar bij patiënten.
Waar het bewijs ophoudt
De goedkeuring is specifiek: één zeldzame erfelijke aandoening, in de vorm van een implantaat dat in een medische setting wordt geplaatst. Dat is iets anders dan een goedkeuring voor cosmetisch bruinen met injecties.
Voor het gebruik buiten de kliniek, met injecties, bestaat geen gepubliceerde dosis-zoekende studie. Door de kortere halfwaardetijd en de grotere selectiviteit is er bovendien meer stof en vaker toedienen voor nodig dan bij de niet-selectieve variant om een vergelijkbare bruining te krijgen. Dat is de prijs van het schonere bijwerkingenprofiel.
Bij mensen die van nature niet bruinen maar verbranden, zijn er te weinig responsieve melanocyten en blijft het resultaat beperkt.
Het fase 3-programma voor vitiligo is in 2023 gestart en heeft nog geen uitkomsten.
Gepubliceerde onderzoeken
Per onderzoek de opzet, populatie en uitkomst zoals gepubliceerd, inclusief bijwerkingen en beperkingen. Beschrijvend; geen gebruiksadvies.
- Populatie
- vrijwilligers
- Opzet
- deelnemers werden tien dagen lang dagelijks subcutaan toegewezen aan 0,08 tot 0,16 mg/kg, gecombineerd met kleine hoeveelheden UV-B, en vergeleken met controles
- Uitkomst
- zevenenveertig procent minder zonnebrandcellen op de bestraalde plekken en een duidelijk sterkere bruining dan bij de controles
- Bijwerkingen en uitval
- milde, voorbijgaande misselijkheid en blozen
- Populatie
- 168 volwassenen met erytropoëtische protoporfyrie in Europa en de Verenigde Staten
- Opzet
- twee multicenter, gerandomiseerde, dubbelblinde en placebogecontroleerde studies; deelnemers werden toegewezen aan een subcutaan implantaat met vertraagde afgifte van 16 mg per zestig dagen of aan placebo
- Uitkomst
- de pijnvrije tijd in de zon nam duidelijk toe en de kwaliteit van leven verbeterde
- Bijwerkingen en uitval
- geen ernstige bijwerkingen die aan het middel werden toegeschreven
- Populatie
- honderdvijftien patiënten met erytropoëtische protoporfyrie in twee porfyriecentra
- Opzet
- observationeel vervolgonderzoek waarin de patiënten samen 1.023 implantaten kregen over een periode tot acht jaar
- Uitkomst
- de tolerantie voor fototoxische verbranding nam met een factor 1,8 tot 180 toe en de verbetering in kwaliteit van leven hield aan
- Bijwerkingen en uitval
- geen ernstige bijwerkingen gemeld
- Populatie
- deelnemers met vitiligo
- Opzet
- afamelanotide gecombineerd met smalspectrum-UV-B werd vergeleken met lichttherapie alleen
- Uitkomst
- snellere en vollediger herpigmentatie in de combinatiegroep, vooral in het gezicht en aan de bovenste ledematen
Bronnen
5 publicaties, elke verwijzing geverifieerd tegen PubMed.
- Effects of a superpotent melanotropic peptide in combination with solar UV radiation on tanning of the skin in human volunteersDorr RT et al. · Archives of dermatology · 2004 · PMID 15262693
- Afamelanotide for Erythropoietic ProtoporphyriaLangendonk JG et al. · The New England journal of medicine · 2015 · PMID 26132941
- Long-term observational study of afamelanotide in 115 patients with erythropoietic protoporphyriaBiolcati G et al. · The British journal of dermatology · 2015 · PMID 25494545
- The efficacy of afamelanotide and narrowband UV-B phototherapy for repigmentation of vitiligoGrimes PE et al. · JAMA dermatology · 2013 · PMID 23407924
- Association of Afamelanotide With Improved Outcomes in Patients With Erythropoietic Protoporphyria in Clinical PracticeWensink D et al. · JAMA dermatology · 2020 · PMID 32186677
Vragen over Melanotan I
- Wat is het verschil tussen melanotan I en melanotan II?
- Melanotan I bindt vrijwel alleen aan MC1R, de pigmentreceptor op melanocyten. Melanotan II spreekt vier van de vijf melanocortinereceptoren aan en raakt daardoor ook eetlust en seksuele functie. Melanotan I is onder de naam afamelanotide goedgekeurd voor één zeldzame aandoening.
- Wat doet melanotan I?
- Na binding aan MC1R maakt de pigmentcel meer tyrosinase aan, het enzym dat melanine vormt. De productie verschuift naar eumelanine, het bruinzwarte pigment dat tegen UV beschermt. In een fase 1-studie hadden deelnemers 47 procent minder zonnebrandcellen op bestraalde plekken dan de controles.
- Is melanotan I bij mensen onderzocht?
- Ja, vooral bij erytropoëtische protoporfyrie, een erfelijke aandoening waarbij licht hevige pijn geeft. In twee gerandomiseerde studies bij 168 volwassenen nam de pijnvrije tijd in de zon toe. Bij vitiligo herpigmenteerde de huid in vroeg onderzoek sneller in combinatie met UV-B-licht.
- Wat zegt het onderzoek over bijwerkingen van melanotan I?
- In fase 1 bleef het bij milde, voorbijgaande misselijkheid en blozen. Bij 115 patiënten die tot acht jaar werden gevolgd, traden geen ernstige bijwerkingen op. Een signaal voor melanoom kwam bij deze stof niet naar voren.
Reconstitutie
In onderzoek wordt gevriesdroogd materiaal opgelost met bacteriostatisch water. Dat gaat langzaam langs de wand van de flacon, waarna er rustig gezwenkt wordt en niet geschud. Voor peptiden die moeizaam oplossen komt soms verdund acetisch zuur in beeld.
Bewaren & houdbaarheid
Gevriesdroogd materiaal is het stabielst koel en donker. Na reconstitutie is het gevoeliger: in onderzoek gaat het dan de koeling in en is de houdbaarheid korter.
Hanteren
Dit materiaal hoort thuis in een schone, gecontroleerde onderzoeksomgeving, met geschikte beschermingsmiddelen. Uitsluitend voor wetenschappelijk onderzoek; niet voor humane consumptie of therapeutisch gebruik.