Mechanisme
IGF-1 LR3 is een recombinante variant van insuline-achtige groeifactor 1. Twee wijzigingen onderscheiden het van het lichaamseigen molecuul: een verlenging van dertien aminozuren aan het N-uiteinde en de vervanging van glutaminezuur door arginine op positie 3.
Die tweede wijziging doet het meeste werk. Circulerend IGF-1 zit vrijwel volledig vast aan een familie van zes bindingseiwitten, die bepalen hoeveel er daadwerkelijk bij de receptor aankomt. LR3 hecht daar nauwelijks aan, terwijl het de IGF-1-receptor wel gewoon activeert. Het blijft daardoor langer vrij en beschikbaar dan ongemodificeerd IGF-1.
Dat verschil is in celkweek zichtbaar gemaakt. Toevoeging van IGFBP-3 remde de fosforylering van de IGF-1-receptor na IGF-I, IGF-II, Des(1-3)IGF-I én Long(R3)IGF-I, en die remming bleek volledig te verklaren uit het wegvangen van het ligand: er werd geen directe binding van het bindingseiwit aan de receptor zelf gevonden.
De IGF-1-receptor is een tyrosinekinase dat onder meer via de PI3K/Akt-route werkt, dezelfde route die in skeletspier met eiwitopbouw en met de deling van spiervoorlopercellen samenhangt.
Wat studies laten zien
Het meeste directe onderzoek naar deze variant komt uit een reeks studies met foetale schapen. Een week intraveneus LR3 IGF-1 bij laat-drachtige foetussen verhoogde het gewicht van hart, bijnier en milt en de myoblastproliferatie in skeletspier, terwijl het totale foetale gewicht niet significant verschilde. De doorbloeding van baarmoeder en navelstreng veranderde niet en de opname van aminozuren via de navelstreng lag juist lager. De onderzoekers leiden daaruit af dat de beschikbare voedingsstoffen efficiënter naar orgaangroei werden geleid, niet dat er meer werd aangevoerd.
Dezelfde opzet liet ook een keerzijde zien. Na een week waren de insulineconcentraties lager en was de glucose-gestimuleerde insulineafgifte verminderd, ook in de daarna geïsoleerde eilandjes van Langerhans. Dat wijst op een verandering in de bètacel zelf en niet alleen op een reactie op de omgeving.
Toen dezelfde onderzoeksgroep de opzet herhaalde bij foetussen met groeirestrictie, bleef het effect uit. Gewicht, insuline, glucose, zuurstof en insulinesecretie verschilden niet van het vehikel; alleen de aminozuurconcentraties daalden. Een groeisignaal is dus niet vanzelf een groei-effect zodra de aanvoer beperkend is.
Bij landbouwdieren wisselt het beeld. Bij kunstmatig grootgebrachte biggen verhoogde LR3IGF-I de dagelijkse groei alleen in de periode waarin melk onbeperkt beschikbaar was, niet bij beperkte melkgift. Bij runderen die door beperkte voeding gewicht verloren, neigde een acht uur durende infusie ernaar zowel het eiwit in het hele lichaam als het spiereiwit te sparen, waarbij de plasmaconcentraties van alle gemeten aminozuren en van glucose scherp daalden.
Waar het bewijs ophoudt
Er zijn geen gepubliceerde studies met IGF-1 LR3 bij mensen. De variant is nooit voor gebruik bij mensen goedgekeurd en komt in de literatuur vrijwel uitsluitend voor als kweekreagens en als instrument in diermodellen. Een narratief overzicht uit 2026 dat peptiden rond de GH/IGF-1-as in bewijsniveaus indeelt, plaatst IGF-1 LR3 in de laagste categorie: volledige afwezigheid van humane studies.
Wat humaan wél is onderzocht, gaat over een ander molecuul. Recombinant humaan IGF-1 (mecasermine) is geregistreerd voor kinderen met ernstige primaire IGF-1-deficiëntie en registergegevens beschrijven daar de bereikte volwassen lengte. Die gegevens zijn niet overdraagbaar naar LR3, omdat het bindingsprofiel, de verblijftijd in de circulatie en de onderzochte populatie alle drie verschillen.
Over de farmacokinetiek bij mensen is niets gepubliceerd. Het enige aanknopingspunt komt uit dopingonderzoek: na eenmalige intramusculaire toediening bij ratten was ongemodificeerd LongR3-IGF-I na vier uur niet meer aantoonbaar, terwijl afbraakproducten tot zestien uur meetbaar bleven.
Productkwaliteit is een apart probleem. In datzelfde dopingonderzoek werden in producten van de zwarte markt duidelijke aanwijzingen voor geoxideerde vormen gevonden. Een casusrapport identificeerde in een injectieflacon Long-R3-IGF-I met een His-tag aan het C-uiteinde, een label dat bij eiwitzuivering voor biochemisch onderzoek wordt gebruikt en normaal weer wordt verwijderd. Wat zo'n gelabelde vorm bij mensen doet, is nooit onderzocht.
Tot slot de as zelf. De receptor die deze variant activeert, stuurt naast eiwitopbouw ook celdeling en celoverleving. In een cohort van ruim 318.000 Britse volwassenen hing een hogere circulerende IGF-1-waarde samen met het risico op meerdere aandoeningen, en de epidemiologische literatuur verbindt hogere waarden met een verhoogd risico op verschillende kankers. Wat een langdurig verhoogd en minder gebufferd IGF-1-signaal bij mensen doet, is niet onderzocht.
Gepubliceerde onderzoeken
Per onderzoek de opzet, populatie en uitkomst zoals gepubliceerd, inclusief bijwerkingen en beperkingen. Beschrijvend; geen gebruiksadvies.
- Populatie
- 16 gekatheteriseerde foetale schapen in de late dracht
- Opzet
- gecontroleerde dierstudie waarin foetussen een week lang een intraveneuze infusie kregen met LR3 IGF-1 (n=8) of zoutoplossing (n=8), gevolgd door een metabole meting van baarmoeder- en navelstrengdoorbloeding, opnamesnelheden van voedingsstoffen en foetale eiwitkinetiek
- Uitkomst
- het foetale gewicht verschilde niet significant tussen de groepen, maar hart, bijnier en milt wogen meer in de LR3-groep en de myoblastproliferatie in skeletspier lag hoger; de opname van aminozuren via de navelstreng was juist lager
- Bijwerkingen en uitval
- lagere insulineconcentraties en lagere plasmaconcentraties van meerdere aminozuren bij de behandelde foetussen
- Beperkingen
- foetale schapen met acht dieren per arm; niet zonder meer te vertalen naar volwassen mensen
- Populatie
- 14 foetale schapen in de late dracht met groeirestrictie door placenta-insufficiëntie
- Opzet
- gecontroleerde dierstudie waarin foetussen een week lang werden toegewezen aan IGF-1 LR3 met een gemiddelde infusiesnelheid van 1,17 microgram per kilogram per uur (n=7) of aan een vehikel (n=7); op de laatste dag werd de glucose-gestimuleerde insulinesecretie gemeten
- Uitkomst
- lichaamsgewicht, insuline, glucose, zuurstof en insulinesecretie verschilden niet tussen de groepen; alleen in de LR3-groep daalden de aminozuurconcentraties
- Bijwerkingen en uitval
- daling van circulerende aminozuren, met name de vertakte-keten-aminozuren
- Beperkingen
- zeven dieren per arm en een foetaal diermodel van placenta-insufficiëntie
- Populatie
- 60 kunstmatig grootgebrachte pasgeboren biggen, verdeeld over twee experimenten
- Opzet
- twee gecontroleerde infusie-experimenten; in het eerste kregen 42 biggen acht dagen lang een controle-infuus, IGF-I of LR3IGF-I met 2, 4 of 8 microgram per uur bij beperkte melkgift, in het tweede kregen 18 biggen negen dagen 8 microgram per uur en daarna negen dagen 16 microgram per uur bij onbeperkte melk
- Uitkomst
- bij beperkte melkgift geen effect op de groei; bij onbeperkte melk nam de dagelijkse gewichtstoename in de tweede periode toe met LR3IGF-I (457 tegen 386 gram per dag) maar niet met ongemodificeerd IGF-I
- Beperkingen
- klein aantal dieren per arm, en het effect trad alleen op bij onbeperkte voeding
- Populatie
- L6-myogene cellen, een spiercellijn zonder aantoonbare eigen IGFBP-3-productie
- Opzet
- in-vitro-onderzoek waarin de cellen werden gestimuleerd met IGF-I of Long-R3-IGF-I, met en zonder recombinant porcien IGFBP-3, waarna proliferatie en differentiatie werden gemeten; Long-R3-IGF-I werd ook in molaire overmaat ten opzichte van het bindingseiwit aangeboden
- Uitkomst
- IGFBP-3 onderdrukte de proliferatie na zowel IGF-I als Long-R3-IGF-I, wat op een IGF-onafhankelijk mechanisme wijst; de differentiatie werd wel onderdrukt na IGF-I maar niet na Long-R3-IGF-I
- Beperkingen
- een cellijn in kweek; gedrag van een cellijn voorspelt niet zonder meer het gedrag van spierweefsel in een organisme
Bronnen
12 publicaties, elke verwijzing geverifieerd tegen PubMed.
- The emerging landscape of performance-enhancing peptides modulating GH-IGF1 axis: bridging the gap between clinical evidence and patient self-administrationDominikowski A et al. · Frontiers in endocrinology · 2026 · PMID 42395176
- IGF-1 LR3 does not promote growth in late-gestation growth-restricted fetal sheepWhite A et al. · American journal of physiology. Endocrinology and metabolism · 2025 · PMID 39679943
- IGF-1 infusion to fetal sheep increases organ growth but not by stimulating nutrient transfer to the fetusStremming J et al. · American journal of physiology. Endocrinology and metabolism · 2021 · PMID 33427051
- Detection of His-tagged Long-R³-IGF-I in a black market productKohler M et al. · Growth hormone & IGF research : official journal of the Growth Hormone Research Society and the International IGF Research Society · 2010 · PMID 20675162
- Effect of IGFBP-3 on IGF- and IGF-analogue-induced insulin-like growth factor-I receptor (IGFIR) signallingDevi GR et al. · Growth hormone & IGF research : official journal of the Growth Hormone Research Society and the International IGF Research Society · 2001 · PMID 11735239
Toon de overige 7 bronnen
- Reduced glucose-stimulated insulin secretion following a 1-wk IGF-1 infusion in late gestation fetal sheep is due to an intrinsic islet defectWhite A et al. · American journal of physiology. Endocrinology and metabolism · 2021 · PMID 33938236
- Detection of LongR(3) -IGF-I, Des(1-3)-IGF-I, and R(3) -IGF-I using immunopurification and high resolution mass spectrometry for antidoping purposesMongongu C et al. · Drug testing and analysis · 2021 · PMID 33587816
- Effect of recombinant porcine IGFBP-3 on IGF-I and long-R3-IGF-I-stimulated proliferation and differentiation of L6 myogenic cellsXi G et al. · Journal of cellular physiology · 2004 · PMID 15254966
- Insulin-like growth factor-I and analogues increase growth in artificially-reared neonatal pigsDunshea FR et al. · The British journal of nutrition · 2002 · PMID 12067429
- Action of long(R3)-insulin-like growth factor-1 on protein metabolism in beef heifersHill RA et al. · Domestic animal endocrinology · 1999 · PMID 10370861
- Near-Adult Height Outcomes in Patients Treated With rhIGF-1 for Severe Growth Failure: Real-World IGFD Registry DataRamon-Krauel M et al. · The Journal of clinical endocrinology and metabolism · 2026 · PMID 40626687
- Circulating insulin-like growth factor-I and risk of 25 common conditions: outcome-wide analyses in the UK Biobank studyPapier K et al. · European journal of epidemiology · 2022 · PMID 34746972
Vragen over IGF-1 LR3
- Wat doet IGF-1 LR3?
- IGF-1 LR3 activeert de IGF-1-receptor, net als lichaamseigen IGF-1. Bindingseiwitten hechten er alleen nauwelijks aan, dus het blijft langer vrij beschikbaar. De receptor werkt onder meer via de PI3K/Akt-route, die in spier samenhangt met eiwitopbouw.
- Wat is het verschil tussen IGF-1 en IGF-1 LR3?
- LR3 heeft dertien extra aminozuren aan het begin en arginine op positie 3. Door die tweede wijziging vangen de zes bindingseiwitten het nauwelijks weg. Lichaamseigen IGF-1 zit vrijwel volledig aan die eiwitten vast.
- Is IGF-1 LR3 bij mensen onderzocht?
- Nee, gepubliceerde studies bij mensen bestaan niet. Het onderzoek bestaat uit celkweek en dierstudies, vooral bij foetale schapen en biggen. Biggen groeiden alleen sneller als ze onbeperkt melk kregen. Wat de stof bij mensen doet, ook op lange termijn, is onbekend.
- Wat zegt het onderzoek over de risico's van IGF-1 LR3?
- Bij foetale schapen daalden na een week de insuline en de insulineafgifte van de bètacel. De IGF-1-receptor stuurt ook celdeling aan. In bevolkingsonderzoek hangen hogere IGF-1-waarden samen met een hoger risico op verschillende kankers. Of dat voor LR3 geldt, heeft niemand onderzocht.
Reconstitutie
In onderzoek wordt gevriesdroogd materiaal opgelost met bacteriostatisch water. Dat gaat langzaam langs de wand van de flacon, waarna er rustig gezwenkt wordt en niet geschud. Voor peptiden die moeizaam oplossen komt soms verdund acetisch zuur in beeld.
Bewaren & houdbaarheid
Gevriesdroogd materiaal is het stabielst koel en donker. Na reconstitutie is het gevoeliger: in onderzoek gaat het dan de koeling in en is de houdbaarheid korter.
Hanteren
Dit materiaal hoort thuis in een schone, gecontroleerde onderzoeksomgeving, met geschikte beschermingsmiddelen. Uitsluitend voor wetenschappelijk onderzoek; niet voor humane consumptie of therapeutisch gebruik.